|
Rede uitgesproken door Prof. Dr. Dirk L. Brutsaert, Gewezen Voorzitter (2004-2006) van de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België, op de begrafenisplechtigheid van Dr.J.HUYGHE.
Met het totaal onverwacht overlijden van Dr. Jef Huyghe -en dit amper een tiental dagen na zijn 86ste verjaardag- rouwt de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België (KAGB) om het afscheid van een bijzonder eminent erelid en gewezen voorzitter.
In de Paasdagen van vorig jaar hadden Dr. Huyghe en zijn ruime familiekring reeds afscheid moeten nemen van een geliefde echtgenote, moeder en grootmoeder. En nu, eveneens in de nadagen van Pasen, heeft de echtgenoot, vader en grootvader, haar vervoegd.
Jozef Huyghe was geboren in Antwerpen op 15 maart 1922 en zijn huwelijk met Elisabeth Betty Vandeweyer werd gezegend met zes kinderen en twaalf kleinkinderen, waar zij beiden zo trots en tevens zo bezorgd om waren.
In 1945 promoveerde collega Huyghe aan de KU-Leuven tot doctor in de genees-, heel- en verloskunde. Aansluitend specialiseerde hij zich in de chirurgie bij wijlen Prof. Appelmans.
Buitenlandse studieverblijven in Oslo in 1949, in de USA in 1964, New Dehli in 1973, en tweejaarlijkse postgraduaatcursussen in London vormden hem tot een bekwame en alom gewaardeerde chirurg.
Hij was lid van het Belgisch Genootschap voor Heelkunde, de Vlaamse Vereniging voor Gastro-Enterologie, la Société Belge de Gastro-Entérologie, l’Association Française de Chirurgie, en hij was tevens Fellow van het International College of Surgeons in London.
In 1976 werd hij corresponderend lid van de KAGB en promoveerde in 1980 tot titelvoerend lid. Op zijn verzoek werd hij in 2005 erelid.
Zijn gehechtheid aan ons genootschap was exemplarisch. Zijn publicaties in de Verhandelingen van de KAGB getuigden van een buitengewone praktijkervaring: in 1975 over ‘entero-vesicale fistels’, in 1977 over ‘het rectumcarcinoom: onze ervaring met 242 gevallen’, in 1983 over ‘automatische suturen in de heelkunde’, en in 1986 over ‘heelkundige behandeling van ulcus duodeni: status praesens’. Maar het meest in het oog springend was zijn enigszins visionaire inaugurale rede bij de aanvaarding van het voorzitterschap van de KAGB in 1995, met als titel “Chirurg: unde venis? Quo vadis?”
Uit deze rede citeer ik enkele markante passages.
“-Zal de chirurg als chef-programmeur vanuit zijn zetel of per satelliet of vanuit een ruimte die meer weg heeft van een industriële montage-hal dan van een operatiezaal, computer gestuurde ROBODOC’s bedienen?
-Zal de Minerva-robot de taak van de neurochirurg herleiden tot het vervangen van sensoren en instrumenten?
-Zullen de xenotransplantaten de homotransplantaten vervangen en ze voor iedereen toegankelijk maken wanneer de ultieme droom van de immunologen nl. de totale transplantatietolerantie verwezenlijkt is?
-Zal de voorspelling van Watson en Crick bewaarheid worden dat we tegen 2020 onze eigen DNA-diskette zullen kunnen aankopen bij de apotheker om haar thuis rustig te kunnen ontleden? En als onze toekomst niet meer in de sterren ligt maar in onze genen en de gen-therapie het therapeutisch arsenaal zal beheersen, dan vraagt men zich: waarheen met de conventionele geneeskunde, of nog, zal de chirurg de ‘dépanneur’ worden van de onvolmaaktheden en de mislukkingen van de nieuwe technologie?
-Verder dromend kan men zich afvragen waar de chirurg nog de handvaardigheid zal kunnen verwerven, als hij vanuit zijn zetel de doorgestraalde informatie uit binnen- en buitenlandse universitaire centra langs één van de 64 TV-kanalen op CD kan vastleggen? Of zal de robotische Rostock-hand de handvaardigheid en de waardevolle tastzin efficiënt kunnen compenseren?...”
In al zijn geschriften legde Dr. Huyghe steeds een milde ironie, maar ook soms rake typeringen en scherpe analyses, zoals het een chirurg past.
Ook buiten de KAGB was Dr. Huyghe actief, o.m. was hij Voorzitter van de Koninklijke Maatschappij voor Geneeskunde van Antwerpen in de periode 1973-1976. Ook het Vlaams Geneeskundigenverbond kon op zijn medewerking een beroep doen als lid van de Raad voor Advies.
Evenwel, navelstaarderij was hem vreemd. Getuige daarvan zijn inzet voor Artsen Zonder Vakantie. In totaal zou hij acht zendingen naar Congo uitvoeren: de eerste keer in april 1989 een maand na zijn 67ste verjaardag, de laatste keer naar Rwanda met bijna fatale afloop. Collega Huyghe was namelijk in Rwanda in 1994, net op het moment dat de genocide uitbrak. Hij werd net op tijd ontzet door de paracommando’s en samen met de twee andere teamleden gerepatrieerd.
Op 22 oktober 2005 trad onze betreurde confrater een laatste keer op het publieke forum van de KAGB. Wie was er immers beter geplaatst dan Dr. Jef Huyghe om een hoogstaande lofrede te houden bij het overlijden van zijn ‘mentor’ Dr. Jef Van Damme, eveneens lid van de KAGB.
Samen met talrijke collega’s Academieleden wil ik ook graag persoonlijk getuigen dat de samenwerking met ons betreurd erelid Dr. Huyghe steeds als bijzonder aangenaam ervaren werd, wegens diens bescheidenheid, zijn vriendelijkheid en dienstvaardigheid, evenals zijn objectief en rustig maar vaak heel scherp oordeel, enkele jaren terug als KAGB-Voorzitter, en meer recent nog als lid van de KAGB Commissie Financiën, en als lid van de Selectiecommissie voor nieuwe KAGB-leden.
De Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België rouwt om dit verlies en deelt haar oprecht medeleven mee aan de achtbare familie.
Prof. Dr. Dirk L. Brutsaert
» Ga naar Archief
|